Onderzoeken

//Onderzoeken
Onderzoeken2018-04-25T10:09:29+00:00

Tijdens je zwangerschap worden meerdere onderzoeken gedaan. Sommige onderzoeken zijn standaard, andere gebeuren alleen wanneer het nodig is.

Bloedonderzoek, Echo’s, Prenatale screening en Prenatale diagnostiek

Bloedonderzoek

Tijdens de zwangerschap moet je minstens twee keer bloed laten prikken. Het eerste bloedonderzoek gebeurt na de eerste controle, ongeveer tussen de acht en twaalf weken zwangerschap. Het laboratorium kijkt naar het volgende:

  • ijzergehalte (Hb en MCV)

  • suikergehalte (glucose)

  • bloedgroep en Rhesus (D) factor en Rhesus (c) factor

  • eventuele vreemde antistoffen in je lichaam

  • geslachtsziektes zoals lues, hepatitis B en HIV

  • indien noodzakelijk een aantal kinderziektes waaronder rode hond (rubella), waterpokken (varicella) en de 5e ziekte (parvo B19).

Het tweede bloedonderzoek vindt plaats bij ongeveer dertig weken en daarbij bepalen we het ijzergehalte (Hb en MCV) opnieuw. Als je Rhesus (D) of Rhesus (c) negatief bent, dan wordt er bij 27 weken ook nog bloed afgenomen. Soms kan het nodig zijn om vaker bloed te laten prikken, je krijgt dit dan van ons te horen.

meer info : Bloedonderzoek

Echo’s

Tijdens de zwangerschap zijn er verschillende momenten waarop er een echo gemaakt wordt. De eerste echo  is een termijnecho en het vindt meestal plaats als je 10 weken zwangerschap bent. Bij deze echo de duur van de zwangerschap en de uitgerekende datum wordt nader bepaald. Daarnaast wordt gekeken  of de zwangerschap intact is. Of het hartje klopt, of het om een eenling eenling- of meerlingzwangerschap gaat.

De tweede echo is bij 20 weken. Dit heet een structureel echoscopisch onderzoek. Meer informatie over deze echo is te vinden op de website van het RIVM 20-wekenecho.

Later in de zwangerschap zijn er echo’s als daar een indicatie voor is, zoals de groei of de ligging van de baby, bloedverlies en als een vorig kind erg groot of klein was.

Prenatale screening

In Nederland kunnen alle zwangere vrouwen keuzes maken over prenatale screening. . Bij prenatale screening wordt onderzocht of het ongeboren kind een verhoogde kans heeft op een aangeboren afwijking. Prenatale screening bestaat uit de volgende onderdelen:

Combinatie test

De combinatietest  is een test waarin het risico op het krijgen van een kindje met een chromosomenafwijking, zoals het syndroom van Down, Edwardssyndroom, Patausyndroom wordt berekend. De uitslag is een kans schatting en biedt dus geen zekerheid.

De test bestaat uit een combinatie van twee onderzoeken:

  • Een bloedonderzoek bij de zwangere, tussen 9 en 14 weken zwangerschap.

  • De nekplooimeting. Dat gebeurt met een echo die gemaakt wordt tussen 11 en 14 weken zwangerschap.

De uitslagen van bloedtest en nekplooimeting, in combinatie met de leeftijd van de moeder en de precieze duur van de zwangerschap bepalen hoe hoog de kans is op een kind met Downsyndroom, Edwardssyndroom of Patausyndroom.

20-weken echo

De 20- weken echo wordt ook wel Structureel Echoscopisch Onderzoek (SEO) genoemd.

Bij 20-weken echo wordt  naar bepaalde lichamelijke afwijkingen van de baby onderzocht. Er wordt bijvoorbeeld gekeken naar de hersenen, de rug, de nieren en het hart. Dit onderzoek vindt plaats tussen 18 en 21 weken zwangerschap.

NIPT test

NIPT betekent: niet-invasieve prenatale test. Dit is een bloedonderzoek bij de zwangere. Het onderzoek kan vanaf 11 weken zwangerschap.

Op de website van het RIVM vindt je een overzicht met de verschillen tussen de combinatie test en de NIPT test.

 Prenatale diagnostiek

Zwangere vrouwen die in de 18e zwangerschapsweek 36 jaar of ouder zijn,  of als in de familie aangeboren of erfelijke aandoeningen voorkomen, komen in aanmerking voor een prenatale diagnostiek. . Dit wil zeggen een vruchtwaterpunctie of vlokkentest. Dit geldt ook voor zwangeren bij wie de combinatietest op een verhoogd risico op een kind met een chromosoomafwijking wijst.

Meer info: Prenatale diagnostiek